| |
Waar het om gaat is: combineren
Het schijnbaar tijdloze van coniferen heeft een geweldig positieve uitstraling in een tuin als ze solitair mogen groeien tussen planten uit groepen die veel meer ‘lawaai’ maken: rustgevende geelgroene bolconiferen omgeven door oker/oranje herfstbloeiers, grijsblauwe. bodembedekkende coniferen temidden van een blauwpaarse, grijze en witte beplanting, groene zuilconiferen in hele velden lage, kleurige planten. Het is allemaal mogelijk, met tal van soorten en kweekvormen van zilverspar (Abies), ceder (Cedrus), dwergcipres (Chamaecyparis), Japanse cipres (Cryptomeria), × Cupressocyparis (waar de bekende Leylandcipres toe behoort), Japanse notenboom (Ginkgo biloba), jeneverbes (Juniperus), spar (Picea), den (Pinus), Taxus, Thuja, Tsuga en nog veel meer.
Verzorging
Zet coniferen nooit in de drup van dakranden of andere planten. Plant ze even diep als ze in pot of op de kwekerij stonden (te zien aan de verkleuring op de stam). Snoei of knip ze niet tot achter het groen. Kale takken lopen niet meer uit, behalve bij Taxus. De meeste coniferen houden van licht zure grond. Geef dus geen kalk of beendermeel. Geef in het voorjaar speciale coniferenmest. Daar zit alles in wat ze nodig hebben (ook de juiste sporenelementen).
GROENE KUNSTWERKEN
’s Winters spelen de groenblijvers een glansrijke hoofdrol in de tuin. Ze zorgen voor kleur, schitteren in de zon, geven beschutting. Bladverliezende bomen en struiken hebben altijd haast, groenblijvers (vooral coniferen) stralen een majesteitelijke rust uit. De oudste levende wezens ter wereld (5000 jaar!!) zijn coniferen. Die hebben alle tijd en trekken zich van de seizoenen weinig aan.
Toch veranderen ze door het jaar heen sterker dan wel wordt gedacht: tinten wisselen, ze bloeien, kegels rijpen, jong schot verschijnt als kaarsen aan de twijgtopjes. En de variatie in kleuren, groei- en snoeivormen en structuren is enorm, van dwergen tot reuzen en van bodembedekkers tot groene obelisken.
Naast het gebruik als haagplant worden coniferen steeds vaker ook als solitair plant gebruikt. Dit kan met alle soorten en geeft vaak zeer mooie tot sublieme resultaten in de tuin. Zeker om wat reliëf in de tuin te brengen. Anderzijds is het zo dat we kunnen stellen dat het hele gamma van planten die behoren tot de coniferen - familie, aan bekendheid en dus ook aan toepassingen wint. Denk maar aan borders die helemaal of overwegend opgebouwd worden met deze naaldhoutgewassen.
De vele dwergconiferen die momenteel te koop worden aangeboden, maken het dan weer perfect mogelijk om enerzijds kleine tuinen ook te verfraaien met deze planten en anderzijds een nieuwere gebruikswijze in te luiden, nl. het combineren ervan met andere planten in pot of bloembak. Zeker in combinatie met heidekruid, Hebe soorten en Klimop variaties ontstaat een heel nieuw concept van bloembak versiering die eigenlijk maar geringe eisen stellen naar verzorging en onderhoud. En natuurlijk kunnen we het niet hebben over coniferen zonder de term 'bonsai' te laten vallen. De mogelijkheden die bepaalde coniferen bieden om een pracht 'boom in pot' te realiseren is grenzend aan het ongelooflijke. Natuurlijk, de hand van een echte meester moet er uithalen wat er aan potentieel in zit. Zie hieromtrent de artikelenreeks over Bonsai's elders op deze site.
Maar het grote succes van coniferen in het algemeen is en blijft voornamelijk het behouden van de kleur en de naalden het hele jaar door. Dit maakt de tuin het hele jaar levendig en rijk aan kleuren. Want coniferen staat al lang niet meer als synoniem voor eeuwig groen. Blauw, grijs, geel, bruin, gevlekt en alle mogelijke varianten en kleurenschakeringen zorgen er voor dat naast het 'immer groene' in de tuin nu ook sprake kan zijn van geel-, blauw-, grijs- en anders blijvende coniferen waardoor de tuin nog meer aan esthetische waarde kan winnen. En dan hebben we het nog niet over die soorten die een soort herfstverkleuring ondergaan en waarbij je tot twee en soms drie kleurenvarianten kan waarnemen op één jaar bij dezelfde plant.
Lawsoniana
De karakteristieke lawson-cypres is te herkennen aan de dichte, piramide vormige kroon met omgebogen, neerhangende top. De zeer vlakke, schubvormige, spitse 'bladeren' onttrekken de houtige ondergrond en de knoppen geheel aan het oog. Ze zijn donkergroen met een blauw waas en verspreiden een sterk aromatische geur. In feite zijn het de coniferen van deze soort die al het langst in onze tuinen wordt aangeplant en daardoor ook het best gekend is
Obtusa
Het buitenbeentje van de familie, maar daarom zeker niet het zwarte schaap is de Japanse Hinoki-cipres. Is ook de enige -zie naamgeving- die echt voet aan wal heeft in het oosten, waar deze zeer gevraagd is voor de meubelindustrie. Het hout is van een gelige kleur (stro kleur) en zeer sterk. O.a. bestemd voor de tempelbouw. Maar dat is niet het enige verschil. In tegenstelling tot de andere soorten eindigen de 'bladeren' van deze soort opmerkelijk stomp. Niet dat de andere soorten echt scherp zijn, maar alleszins toch veel verfijnder naar de uiteinden toe. De Ch. obtusa, zal bij ons weinig tot niet voorkomen. De meest bekende cultivars, zijn een niet te stuiten opmars aan het maken. En terecht. In elke tuin hoort er zo eentje te staan. Alle locaties zijn goed, van elke standplaats maakt deze iets speciaals, legt telkens een ander accent.
Pisifera
Degene die als de meest vormloze der cipressen wordt omschreven is deze met het pluimachtige 'lover', nl. de Japanse Sawara cipres of de Ch. pisifera. Ook hier is het zo dat het voornamelijk de cultivars zijn die bij ons gekend zijn en net als bij de obtusa met rasse schreden steeds meer terug te vinden in rotstuinen maar zeker ook middenin het gras, langs een paadje en voornamelijk te gebruiken met bladheesters die een apart sierlijk blad hebben. Zeker de rode (purpurea) Berberis soorten of de rode Cotinus zorgen als achtergrond voor een schitterend en speels geheel. De pisifera als dusdanig werd in vroegere jaren wel eens aangewend als haag, vooral als windhaag eerder dan als sierhaag. Maar de mooie cultivars, die soms diep uitgesneden lover hebben, licht overhangen tot heldergeel van kleur kunnen zijn maken dit ruimschoots goed.
Coniferen zijn uitsluitend bestemd voor decoratie niet geschikt voor consumptie. |